Het wel en wee van een familie levendbarende hagedissen.

Lopend over de heide kan je ze vaak vlak voor je zien, of nog vaker, horen wegschieten; hagedissen.
In Nederland komen er vier soorten voor, de muurhagedis, de zandhagedis, de levendbarende hagedis en de pootloze hazelworm.
Hagedissen zijn bij de meeste mensen wellicht vooral bekend van de vakantie. In Frankrijk lopen de muurhagedissen soms gewoon je caravan door en op die manier zijn er al verschillende in Nederland beland.
Toen wij dit jaar twee weken lang in Campingplatz Am Niemetal neerstreken, zagen we binnen twee minuten al dat we een familie levendbarende hagedissen als naaste buren hadden. Wat is er dan mooier om vanuit onze luie stoel, met de zon op onze hoofden, dagenlang het normaal verborgen levenswijze van deze prachtige reptielen te observeren?

Zonlicht is van levensbelang voor deze koudbloedige dieren. Een afgezaagde boomstam was favoriet voor deze hagedis. De nog vochtige schubben reflecteerden het zonlicht in alle kleuren van de regenboog. 

Ze was al snel aan ons gewend en liet zich van heel dichtbij bewonderen. 

Wat opviel was haar dikke buik die wel eens vol kon zitten met eieren. De levendbarende hagedis broedt, in tegenstelling tot andere hagedissen, de eieren zelf uit in haar lichaam. Door deze truc kunnen ze zich zelfs voortplanten in het hoge noorden, waar de zomers te kort en niet warm genoeg zijn voor soorten die hun eieren in het zand of tussen de stenen leggen. Niet voor niets dus dat juist deze hagedis het meeste te zien was, ze had alle warmte nodig om de eieren te laten uitbroeden.  

Twee andere exemplaren zaten vaak op het muurtje naast de beek Op de voorgrond een  prachtig gevlekt mannetje.    

Er waren op het muurtje telkens maar een paar plekken in de zon en het was daar soms dringen voor het beste plekje. De jongen zijn nog een stuk kleiner dan hun ouders. 

De vier kleine hagedisjes hadden ook hun eigen plekje dichtbij een leeg slakkenhuis, waar ze soms bovenop lagen te zonnebaden. 

Ze zitten als verliefde paartjes vaak half tegen elkaar aan. Valt je ook wat op aan de staart van het vrouwtje? 

Als een hagedis  in haar staart wordt aangevallen, dan is ze in staat om haar lange staart af te werpen.

Net als mensen hebben hagedissen een wervelkolom. Deze loopt helemaal door tot in zijn staart. Dat noemen we staartwervels. Één van deze staartwervels is wat zwakker dan de rest. Door de staart op een bepaalde manier te bewegen, kan de hagedis zelf de zwakkere staartwervel breken. Alle spieren in de staart knijpen daarna samen zodat de aderen dicht geknepen worden en de hagedis daardoor weinig bloed verliest.

Omdat er in de afgeworpen staart zenuwen en spieren zitten die niet door de hersenen van de hagedis gestuurd worden, blijft de staart nog bewegen en wordt de vijand van de hagedis afgeleid. Zo kan de hagedis snel ontsnappen. De staart groeit daarna weer aan maar is dan iets anders. Hij is donkerder van kleur en hij blijft kleiner omdat de staartwervels niet meer aangroeien (bron: Willem wever)  


Het mannetje is ondertussen even op bezoek bij het vrouwtje, die zo langzamerhand op knappen staat. Hij maakt zich schijnbaar niet al druk met zijn drie vrouwen. 

Als het warmer wordt dan zo'n 22 graden wordt het te warm voor de hagedissen en verliezen we ze uit het oog. Totdat we ze opeens tussen de kruiden ontdekken. Deze eerstejaars had een dauwdruppel precies op zijn hoofd. Maar kijk ook eens op het blad. Juist ja, een heuze hagedissentoilet! 

Een ander iets wat ik pas thuis zag was deze uitgestoken tong. Met hun tong kunnen ze hun vijanden of prooi ruiken. Toch zie je het maar weinig. 

Totdat op een dag.... ik 4 hele kleine hagedisjes ontdek. 
Een vlieg landt vlak voor een en dan zie je pas goed hoe klein ze nog zijn. 


Hoe klein ze ook zijn, ze lopen en klimmen als de beste steile wand klimmers in het rond. Je snapt nu ook direct het belang van een lange staart. Die komt zo goed van pas. 

Er lijkt sprake van moederliefde. Let nu eens op de ingevallen buik van moeders. 

Ik zal ermee stoppen, anders wordt het net zo slaapverwekkend als deze hagedis misschien wel werd van mij. 

Als je me een beetje kent, dan snap je dat ik niet alleen maar twee weken lang op mijn gemakje bij het beekje zat te zitten. Tijdens één van mijn zwerftochten door het Weserbergland, zag ik onder een weggerolde steen een andere hagedis liggen; de hazelworm. Deze 'besloot' in de evolutie ooit dat poten alleen maar lastig waren en gaat pootloos door het leven en wordt daardoor vaak verward met een kleine slang. 
Minstens zo mooi als de foto's zijn de korte filmpjes van de hagedissen: