Gekraagde aardsterren en een spiegelende zonsondergang in het Dwingelderveld.

De gekraagde aardster is een soort die ik al poosje op mijn wensenlijstje heb staan. Zo bijzonder is tie niet meer, maar vanwege zijn uiterlijk spreekt ie toch wel tot de verbeelding. Ik moest er snel bij zijn want als het de komende week flink gaat vriezen, zal het snel gedaan zijn met zijn pracht. Vandaag had ik geluk. Hoe beter ik keek, hoe meer ik er vond. In totaal meer dan vijftig.

De aardster is in het najaar als een bol zichtbaar. De bol knapt open en zes lippen krullen af naar beneden. 

Ze vallen ondanks hun grootte en afwijkende vorm, bijna niet op met hun bruine kleur tussen de eikenbladeren.  Je hoeft niet dwars door het bos om ze te zoeken. Daar zal je ze wellicht niet eens vinden, ze staan langs het fietspad. Vroeger was dit een schelpenpad  en  langzamerhand is het kalk hieruit het grond in gespoeld . Dit zorgt voor een gunstige bodemhuishouding voor meer paddenstoelen en planten, die anders vooral langs de kust plaatsvinden. 

De lippen buigen steeds meer af naar beneden.  

De paddenstoel is nu helemaal vrij van de grond en met een flinke storm rollen ze over de bosbodem terwijl de sporen uit het bolletje spuiten bij iedere stoot die het krijgt.
De sporen spuiten bij een geringe aanraking al de lucht in. Hieronder simuleer ik een flinke regenbui.



Op een eik ontdek ik in de gleuven van het schors de opvallende oranje aderzwam, op een zijtak begint het al wat meer op een paddenstoel te lijken. 
Hoe zou de wereld er uit zien zonder paddenstoelen?  

Iets hoeft niet bijzonder zeldzaam te zijn om toch bijzonder mooi te zijn.

Het bos is nu op zijn mooist. 

Vlak voor zonsondergang straalt ie nog net even vijf minuten op de bosrand. 

Ik rust even uit langs de waterrand. 

Het wordt toch nog even mooi. 

Genieten en een opmaak naar een koude nacht met wellicht mistbanken en vorst aan de grond. .