De hoge en lage fonten van Maastricht

Als je in Nederland muurhagedissen wil zien, dan moet je naar Maastricht. Hier zit de meest noordelijke populatie. Bij de vroegere vestingwerken de Hoge Fronten en ook bij de Lage Fronten kan je ze veelvuldig tegenkomen. Maar niet alleen voor de muurhagedissen moet iedere natuurliefhebber hier ooit eens heen. Het is een bijzondere historische plek waar ook vele hazelwormen, vlinders en wat al niet meer te zien zijn. Hieronder een fotoverslag van mijn bezoek op 31 juli 2014.
Hier kan je goed zien waarom de muurhagedis het hier zo naar zijn zin heeft. Om de muren te renoveren hebben ze in de jaren zeventig opnieuw gevoegd met als gevold dat het drastisch slechter ging met de muurhagedis. Er werden daarop weer extra gaten gemaakt waarin de muurhagedis zich snel kan terugtrekken in geval van onraad.  
De muurhagedis is best een nieuwsgierig beestje, als je niet al te dichtbij komt dan accepteert hij jou aanwezigheid maar wordt je met één oog nauwgezet in de gaten gehouden.
De lange tenen en lange staart maken dat hij moeiteloos over de muren loopt.
Op de grond zont een gehakkelde aurelia. Let op de witte C op de onderkant van de vleugels.

Het zijn twee verschillende werelden, in de droge grachten en bovenop de vesting.
Tongvaren
Bovenop de wallen waar nog m,eer dan 11 kilometer aan ondergrondse gangen in verborgen zitten.
In de vegetatie ontdek ik opeens een paarse sprinkhaan.
Het is een prachtexemplaar.Het is waarschijnlijk een wekkertje (Omocestus viridulus) een sprinkhaan die soms een afwijkende paarse of roze kleuren heeft.  
Er heerst hier een vredige rust. Gezien de schietgaten in de muren moet het hier vroeger wel anders toegegaan zijn. 
Het is een groene oase vlak bij het centrum, nabij de Sint-Lambertuskerk
De zoete bramen smaakten overheerlijk.
Er lopen spannende wandelpaden door het hele gebied.
Het was even zoeken maar even later ontdek ik ook de lage fronten. Het is ook een verdedigingsmuur maar in tegenstelling tot de hoge fronten staat er hier water in de gracht. Het is hier, in tegenstelling tot de hoge fronten, maar een dikke bende.

Ook hier ontdek ik weer vele nuurhagedissen
Wat zijn ze mooi!
Meerden hier vroeger schepen aan?
Terwijl ik tussen de muur en het water loop zie ik voor me opeens een man die op me af komt. Ik krijg direct een onbehagelijk gevoel. Het lijkt hier dood te lopen, waar komt hij weg? Die gast lijkt meer op een zwerver dan op een natuurliefhebber, wat heeft iemand hier in deze kille omgeving iets anders te zoeken dan muurhagedissen? Ik zie een stok liggen en raap die op. Ik recht mijn rug en loop zelfverzekerd richting de ander. Als ik hem op een paar meter afstand nader kijk ik hem kort in de ogen. Een angstige blik kruist de mijne. Een zucht van verlichting gaat door mij heen. Deze bange wezel is banger voor mij dan ik voor hem.   

Aan het einde ontdek ik een gat in de muur. Ik kijk om en zie niemand. Ik raap mijn moed bij elkaar en ga de gang in, er staan wat waxinelichtjes en zie een oud  matras. Een meter of twintig verder verder zie ik alweer licht en ik loop gebogen verder. Wat moeten het toch kleine mannetjes geweest zijn vroeger. Aan het einde kom ik op een kleine ruimte die helemaal besloten licht tussen het water en de muur. Er is een vuurtje gemaakt en hoop rommel doet me vermoeden dat hier iemand onder jammerlijke omstandigheden leeft.
Ik had hier graag nog even naar binnen geweest maar alles was hermetisch afgesloten
Een meerkoetje broed in de vieze gracht