Cilie de nevelhekse

's Ochtends vroeg op fietse over de heide en langs oude veenwijken keer ik in gedachten terug naar vroeger. Een tijd waarin trekschuiten nog door moeder en kind, moeizaam door het water werden voortgetrokken. Het turf hoog opgestapeld op de schuit. Waar vader de schipper ondertussen een heerlijk jenevertje achteroversloeg. Waar de turfstekers achterdochtig alles bekeken wat boven het boekweit uitstak.

In dat decor zwierf Cilie, net als ik, graag 's ochtend en 's avonds laat door de Hollandsche velden. Ze kwam van elders en werd door de plaatselijke bevolking zacht fluisterend Cilie de nevelhekse genoemd.
Mensen die er anders uitzagen werden hier met de grootst mogelijk argwaan bekeken en als vanzelfsprekend kreeg ze al snel de schuld van alle mogelijke onheil. Ze werd bespot en bekogeld met stenen. Wat kon ze anders doen dan op de vlucht slaan, haar geliefde velden in?

Zo nu en dan zie ik 's ochtends vroeg of 's avonds laat een glimp van haar rondzweven boven een klein vennetje op de heide. Vanochtend zag ik haar echter staan langs het kanaal.
Zie ik nu haar hoofd schudden?
Over haar wangen glijden opeens tranen als dauwdruppels naar beneden.

Ze ziet, een paar eeuwen later, nog steeds arme mensen in bootjes ronddobberen. Ze voelt nog steeds de argwaan jegens mensen die afkomstig zijn uit andere landen. Ze hoort nog steeds het afgunstig gefluister over afwijkende mensen die wel hun kop boven het maaiveld uitsteken. Ze proeft nog steeds het bloed dat indirect ook aan onze handen kleeft, omdat we onze oren bedekken, onze ogen sluiten en er liever niet over praten.

We praten over Cilie alsof het een sage is, maar ik zie meer Cilies dan ooit.