Het Bargerveen; een eindeloos uitgestrekte leegte

De laatste jaren ga ik een paar keer per jaar naar het Bargerveen. Het gebied laat zien hoe vroeger het grootste gedeelte van oost Drenthe er uit zag; leeg, nat en kaal. Gevaarlijk volgens de buitenstaander. Onweerstaanbaar mooi volgens een natuurliefhebber.   
De uitgestrekte heidevelden herbergen in het voorjaar en zomer duizenden libellen, vlinders, adders en vogels en dan is het een waar feest om hier rond te struinen. Zo niet vandaag. 
In het westen van het land was het onbewolkt en de verwachting was dat vanmiddag ook hier de zon zou doorbreken. De temperatuur van 11 graden zou aan de grond dan snel enkele graden kunnen stijgen. Ik hoopte dat het de adders zou verleiden om te komen zonnebaden. Helaas bleef het grijs en kil. Samen met harde noordwesten wind kon het niet verhinderen dat het een leuke middag werd.   

Als ik aan kom rijden zie ik twee kievieten foerageren op de parkeerplaats. Ik zet de auto er vlakbij neer. Ze gaan rustig door, zelfs als ik het raampje opendoe. Ik kan op deze manier mooie foto's maken. Ik dacht dat hij een worm pakte maar denk nu te zien dat het een strootje is.  

Het Bargerveen bestaat uit verschillende soorten veen dat in de verschillende tijdvakken is gevormd. In droge periodes groeiden er ander planten dan in natte periodes.

Vlak naast het pad zie ik tot mijn verbazing een opvallende grote rups liggen. Met een stokje beweeg ik hem om te zien of hij nog leeft en inderdaad, hij rolt zich langzaam op in zijn verdedigingshouding met de brandharen naar buiten.  
Na enig speurwerk blijkt het de rups van de veelvraat te zijn. De rups heeft lange, grijze haren op de flanken en roodbruine brandharen op de rug. De haren kunnen behoorlijk wat jeuk veroorzaken. In de herfst heeft hij zich helemaal volgevreten en de afgelopen winter bracht hij in de open lucht tussen de heide door. In april maakt hij straks een cocon waarin hij gaat verpoppen, waarna hij in mei zich heeft getransformeerd tot een overdag actieve nachtvlinder.  


Kuifeenden zijn makkelijk te herkennen aan het kuifje achter het hoofd. De mannetjes hebben een opvallende zwart witte tekening. Hoewel ze ook in Nederland broeden zijn het toch vooral wintergasten die je momenteel ziet.  

De wilgen bloeien nog steeds en het gele stuifmeel wordt verzameld door een koningin van de aardhommel. 
Midden in het gebied ontdek ik een aalscholver-kolonie met meer dan twintig nesten. Op de meeste zit het vrouwtje al te broeden en houdt het mannetje haar gezelschap.  

De berkenbomen waarin ze broeden zijn doodgegaan door de verhoging van het waterpeil. De ontlasting van de vogels zorgt voor een opvallende witte boom.  
In deze tijd van het jaar kan je weer overal sterrenschot vinden. Het zijn de eileiders en de zwarte eitjes (eigenlijk geconcentreerde kikkerdril) dat in het lichaam van een vrouwtjeskikker of pad zat. Als de kikker of pad wordt opgegeten zwellen de eileiders behoorlijk op in de buik van een reiger, vos of andere predator en worden daarom weer uitgebraakt. 

Wat een uitgestrekte leegte is het hier. Vroeger bedacht je je wel een paar keer voordat je zo'n gebied in trok. 

Het hele gebied ligt als een soort spons een paar meter boven het omringde landschap. Om te voorkomen dat al het water uit de spons wegstroomt zijn er rondom dijken aangelegd. Het waterpeil is daardoor flink verhoogt en overal zie je lijken van berkenbomen. De wilg daarentegen houd juist van natte voeten. Het vormt een mooi contrast boven het zwarte veenwater.   

Tot 1992 werd hier nog turf gewonnen. Door het verhogen van het waterpeil is er in het Bargerveen op verschillende plekken weer levend hoogveen te vinden. Gelukkig is men tot inkeer gekomen en kunnen we nu volop genieten in dit unieke landschap.