In mei lopend over de hei beleef je pas écht de lente in Drenthe.

Ik merk dat ik na een paar jaar bloggen een beetje in dubio ben. De dingen die ik zie, de gebieden die ik bezoek en de foto's die ik maak zijn in grote lijnen veelal een herhaling van vorige jaar. Toch geniet ik er nog steeeds met volle teugen van en zijn  de blogs een mooi overzicht geworden van mijn struunavonturen in een bepaalde periode. Daarom toch maar weer een blog met de hoogtepunten van de afgelopen weken, waarin ik natuurlijk weer op alle momenten van de dag en nacht over de heide en door het bos heb gestruind.

Als na de passage van een regengebied het 's nachts opklaard én de wind wegvalt, heb je een grote kans op grondmist. 
Je moet de wekker er wel erg vroeg zetten ,maar dan heb je ook wat. 

Onder een practiog vogelconcert wordt ik altijd een beethje stil van binnen als de zon best wel snel boven de horizon uitkomt. Het duurt maar een paar minuten en dan ziet alles er weer totaal anders uit.  

De mist wordt binnen een uur weggebrand en het maken van mooie tegenlichtfoto's lukt alleen nog maar met iets ertussen..

De dassen zitten helaas voor mij alweer velig in hun burcht. Gelukkig geen verstoringen door onverlaten deze keer maar ik ontdek op een wissel een prachtig lange stang van een reebok. Zie je hem liggen? 

De temperatuur loopt na zevenen razendsnel op en ik ga op zoek naar ringslangen en adders. Tot mij grote verbazing zie ik echter een ander reptiel. De bijhoorlijk grote geelvlekschildpad zit te glmmen in de zon.  Een ongewenst exotisch dier, die schade aanricht aan de inheemse natuur. Het is sinds 2016 verboden om deze dieren te verhandelen en een natuurbarbaar heeft hem dan maar los gelaten in de natuur. Het is te koud in Nederland om zich voort te planten maar de winters kunnen ze hier vaak goed aan.    

Nog een uurtje later is het bobven de 14 graden, heb ik twee jassen uitgedaan en vliegen er opeens veel vlinders. Vooral de groentjes vliegen op als ik langsloop. Als ze weer gaan zitten zet ik ze op de foto. Als ze niet opvliegen  vallen ze bijna niet op en je loopt er dan zo aan voorbij. 

Een andere vlinder die je deze periode veel ziet is de heispanner. Een nachtvlinder die overdag vliegt. Hier een mannetje die zijn te herkennen aan hun  veerachtige antennes. 
Hiermee ruiken ze de hormonen, die de paringsbereide vrouwtjes uitscheiden op kilometers afstand! 

'Een paar jaar lang kroop je door de modder of zwom je wat rond. Met je grote kaken en altijd op zoek naar eten was je nu niet bepaald populair in de onderwaterwereld. 
Vanochtend vroeg besloot je echter opeens dat het tijd werd voor een gedaantewisseling.
 Het koste je heel veel moeite om je oude jas uit te doen en achter te laten maar je deed het maar mooi. Dat wist je niet hé, dat je kon vliegen met die lastige vleugels die op je rug waren gegroeid? 

En ik? Ik stond er bij, keek erna, legde het vast en dacht van, dat zouden meer mensen moeten doen; je last van je rug nemen en ermee gaan vliegen.'

Het blijkt een vliervlek te zijn.. 


Bij deze juffer ging  uitsluipen  mis, met een misvormt lichaam en gebrekkig vliegen als gevolg.

's Middags zijn de vleugels al zover opgedroogt dat ze kunnen vliegen en zijn de typerende kleuren, die iedere libellensoort uniek maakt, te herkennen.  Hierbij een noordse witsnuitlibel. 

Op zoek naar libellen zie, hoor en voel ik nogal wat ander klein spul vliegen, lopen, kruipen, kriebelen of steken. 

Er zitten soms echt juweeltjes bij, maar meestal zijn ze te snel of te klein om een mooie foto van te kunnen maken. Als ik dan wel wat moois heb gefotografeerd, wil ik ook graag weten wat het is en dat is soms nogal een zoektocht met alleen al in Nederland 17.455 bekende soorten. 
Neem nu deze foto. Het is een behoorlijk grote 'wespachtig' beestje in een beetje vreemde houding. Ik dacht aan een sluipwesp en dat is het inderdaad. Maar waar ik door een dskundige Belg op werd gewezen, was de lange legboor die bezig was om een eitje te leggen. Aha, zo doet ie dat dus. 
Ze draait de zeer lange boor onder haar lichaam door en zo ziet ze wat ze doet. Door de boor drukken lange haren een eitje naar de uiteinde op bijvoorbeeld een rups of larve van een kever. De larven van de sluipwesp vreten vroeg of laat hun gastheer op.
Zo gaat dat in de natuur. 
Als je je wilt verdiepen in deze materie dan is er nog heel veel werk aan de winkel; er zijn meer dan honderduizenden soorten sluipwespen en alleen al in Nederland meer dan 2000 soorten! 


De libel die ik meestal als eerste zie in het voorjar is de kleine vuurjuffer. 

Veenpluis met zijn kenmerkende pluisjes.

Heel anders dat het eenarig wollegras die ook begin mei bloeit in de vele vennen die Drenthe rijk is.

Een boompieper zingt zijn hoogste lied. Dit vogeltje is zelfs voor mij goed te herkennen aan zijn 'parachute-achtige' landing bovenin een boom. Alhoewel, de graspieper landt ook zo en lijkt er sprekend op.  

Soms kan je hem in deze periode tot op een paar meter benaderen; het mannetje van de roodborsttapuit is namelijk drukker met zijn rivalen in het oog houden dan dat hij bang voor mij is.

Een paartje kuifeenden is de laatse jaren niet meer weg te denken uit de vennen. 

Langs de rand van een ven staat, bovenop een dikke tapijt veenmos, het zeldzame lavendelheide.

Als je lavendelheide ziet, dan zijn er bijna altijd direct in de buurt ook wel kleine veenbessen te vinden. De overjarig besjes smaakten  niet echt lekker meer. 

Het boomblauwtje. 

Een vers uitgeslopen smaragdlibel met zijn vleugels nog  opgevouwen boven zijn rug. Dit kan ie morgen niet meer. 

Van dichtbij vinden mensen ze vaak óf prachtig óf afschrikwekkend.  

Een vogel die je tot een paar jaar geleden bijna nooit in Drenthe tegenkwam; de lepelaar.