Rommelbosjes en het Noordlage & Mantingerbos

Drenthe wordt vooral geassocieerd met schapen en een open heidelandschap. Toch is er meer bos dan heide te vinden. Vooral de staatsbossen zijn uitgestrekt en grootschalig. Tussen de akkers en weilanden liggen echter ook duizenden kleine bosjes welke omgerekend per vierkante meter soms een hoge natuurwaarde kunnen hebben. Vooral de zogenaamde beekdalbosjes die zijn gelegen op ophogingen langs de Drentse beekjes zijn waardevol. Sommige zijn van natuurorganisaties maar de meeste zijn eigendom van boeren, adel, buitenlui en, in zuid Drenthe, van Mevr. Morret. De tijd staat hier soms stil en het lijkt of niemand er naar omkijkt.

Rommelbosjes danken hun naam aan het feit dat ze vaak als stortplaats voor de plaatselijke boer gebruikt werden.   
Een gedeelte van een kar die hier al tientallen jaren staat. 
Een doorgeroeste olietank, je ruikt de olie nog steeds

Een wissel van een das dicht bij een dassenburcht is vaak zeer gemakkelijk te herkennen. Als een  klein duimpje verliest de das continue  nestmateriaal  dat hij als een bal voor zich uit schuift. Waar twee wissels bij elkaar komen, wijst de grootste wissel naar de burcht. 
Als ik aan kom bij het Noordlagebos, in de auto afwachtend tot het droog wordt en onderwijl een broodje eet, zie ik  opeens drie reeën op me aflopen. Ze vertrouwen zo'n auto die steeds met zijn ruitenwissers zwaait niet echt en gedragen zich schichtig. 

Als ik het raampje open, schrikken ze en laten me hun achterkant zien. De opvallende witte spiegels van de reeën huppelen op en neer door het gras.  
Het Noordlagebos ligt vlakbij het Mantingerbos en er loopt een leuk wandelpaadje doorheen. Het Mantingerbos is één van de oudste bossen van Nederland. Dit bos is nooit ontgonnen en dankzij onderzoek is aangetoond dat hier als bos staat sinds de prehistorie. Hier groeit onder andere het zeldzame zevenster, een soort dat ten zuiden van de grote rivieren al niet meer in het laagland voorkomt. Door het steeds verder opwarmende klimaat krijgt dit plantje het steeds moeilijker.
De hulst zorgt, zomers in combinatie met grote oppervlakten Adelaarsvaren, voor een moeilijk toegankelijk terrein en is een perfecte schuilplaats voor vele reeën. In totaal zie ik er 12.    
Ook zijn er vele sporen van de das te zien en zag en hoorde ik spechten, buizerds, zwartkoppen en vinken.

Het zijn zogenaamde eiken-hulst bossen. De hulst zorgt voor een aparte sfeer. Op de grond liggen duizenden besjes wat een rode waas geeft.

Donkere wolken pakken samen. Zie je de regenboog ?

Dood hout blijft hier liggen en vormt een waar kunstwerk.   

Het oude diepje ontspringt in deze buurt. 

De zon weerkaatst in miljoenen druppels die hangen op de kale takken.

De Mantingerweiden. In april fladderen hier tientallen oranjetipjes en kleurt de weide wit door de pinksterbloemen. Dankzij het vernatten van de weiden groeit hier sinds een paar jaar het moeraskartelblad. 

Op kaarten van achtereenvolgens 1800, 1850 en 1900 is het karakteristieke gebied steeds te herkennen.
1800

1850

1900

Meer over dit gebied lezen op:
Natura 2000 gebied