Op zoek naar libellen rond de oude vijver in boswachterij Staphorst.


De boswachterij Staphorst is een typische ontginningsbos, met centraal gelegen enkele heidevelden, een zwemplas en een oude vijver. Deze, met de schep gegraven !, vijver is heel anders van vorm en oorsprong dan de meeste natuurlijke vennen en gegraven veenplassen die ik ken. Hierdoor komen er enkele bijzondere libellen voor die ik graag eens wil fotograferen,
De oude vijver wordt deels gevoed met kwelwater en deels door regenwater en ligt als een badkuip vrij diep in het landschap. De noordkant ligt lekker in het zonnetje en is, net als bij huizen met een tuin op het zuiden gericht, bij de insecten duidelijk meer in trek dan de koelere oeverkant.

Rondom de oevers heeft er een flinke kaalslag plaats gevonden. 
Tot mijn verbazing groeit hier de koningsvaren. Ik ken hem vooral van zure veengronden, maar doet het op natte zandgrond ook prima. 
De koningsvaren kan wel tot twee meter hoog worden. 
Het waterranonkel is een echte zuurstof leverancier en bloeit uitbundig langs de oever..
Een waterjuffer speelt verstoppertje. 
Als je door de heide struint zie je vaak dagactieve nachtvlinders opvliegen. Ze hebben geweldige schutkleuren en vallen als ze stil zitten niet op. Een van de meest voorkomende op de heide is de -hoe kan het anders- heispanner. Hier het mannetje die ter herkennen is aan zijn geveerde antennes.  
De gewone oeverlibel
Ik ontdek er  in totaal een stuk of 5 waarvan deze zelfs een handstand kan maken.. 
Een exemplaar was opvallend rustig en liet zich als, een echte fotomodel, gewillig fotograferen. Let eens op zijn facetogen, deze bestaan uit duizenden facetten.  
Sterk uitvergroot zie je duidelijk alle lensjes die een zogenaamd samengesteld oog vormen. Gespecialiseerd in het waarnemen van beweging, boven, onder én van voren. Als ik van dichtbij wil fotograferen dan doe ik dan ook alles in slow motion zodat er geen alarmbelletje af gaat in de libellen hersentjes.  
Het is zo'n 16 graden en dat is laag voor vlinders om te vliegen. Deze bruine vuurvlinder doet niet anders dan zich opwarmen. 
Een prachtige gouden kleur is onmiskenbaar een vuurlibel. Het mannetje wordt vurig rood maar het vrouwtje en jonge mannetjes zijn goudgeel. 
Wat een genot op de vierkante centimeter met zo'n beauty. 
Verscholen in de heide zie ik opeens een grote libel zitten. Yes, hier kom ik voor, de plasrombout. 


Hier was het allemaal te doen vanmiddag. 
De dopheide begint, heel voorzichtig aan, te bloeien. 
Ik zit al in de auto als ik een opvallende beweging zie en een sparrenboompje. Het blijken twee parende citroenvlinders te zijn.