Kwetsbare soorten in het Nuilerveld en het Dwingelderveld.

Ik heb het voorrecht om in de nabijheid van prachtige natuurgebieden te wonen. Vergeleken met het buitenland zijn ze klein, maar de diversiteit van die honderden natuurgebieden in ons kikkerlandje, is daarentegen enorm. Het nadeel van al die kleine verknipte natuurgebieden is dat er weinig uitwisseling van genen kan plaatsvinden en dat geschikte gebieden eenvoudigweg niet bereikt kunnen worden door bepaalde soorten. Gisteren en vandaag heb ik daar verschillende mooie voorbeelden van gezien. 
Een soort die op dit moment massaal vliegt is de oranje zandoogje.
De klokjesgentiaan bloeit gelukkig nog met enkele exemplaren bij de Boerenveensche plassen. Het gentiaanblauwtje, dat haar eitjes legt op deze bloem, is hier al lang geleden verdwenen. 
Nog een algemeen voorkomende soort, de zwarte heidelibel. Te herkennen aan zijn geringe afmeting, zijn zwarte poten en gele vlekjes in de zwarte borststreep. 
Onderweg naar het Nuilerveld zie ik prachtige ribbelwolken en gele korenvelden. Ook dit is Drenthe. 

Hiervoor ging ik naar het Nuilerveld. De heivlinder had ik nog nooit gezien en op de plaats waar ik hem verwachtte was hij ook. Met zes exemplaren. Het was perfect weer en ze deden precies wat ik graag wou. Mooi voor de camera poseren. 
Wat is er lekkerder dan nectar van het hier aanwezige tijm en zandblauwtje?  
Wat voor moois bloeit daar nu nu naast het zonnedauw? Het blijkt bloeiende grondster te zijn. Ook al weer een rode lijst soort.  Het groeit meestal  als een ster uitspreidend over de grond. De hele winter stond hier water.  
Zonnedauw prefereert dit soort extreme omstandigheden en hele velden kleuren hier rood van. 
Als ik na negenen naar huis fiets zie ik nog steeds mooie wolkenstructuren aan het zwerk. 

Een paar uur later ben ik alweer wakker en ga om half vijf alweer op pad. De foto's van de lepelaar en drie jonge dasjes die ik in het schemerdonker zie, zijn door het schemerdonker helaas niet scherp genoeg geworden. Gelukkig is er nog veel meer moois te zien vanochtend: 
Tegen achten ontdek ik dit zonnebadend addertje. Helaas scheen de zon nog niet en  besluit ik nog een extra lus te fietsen alvorens op zoek te gaan naar mijn doelsoort van de dag. 
Terwijl ik een foto maak van het bijna uitgebloeide beenbreek kruipt er een andere adder bijna over mijn schoen. 
's Ochtends vroeg reeën zien is niet zo moeilijk. Ze fotograferen terwijl je fietst is een ander verhaal. Dit jong exemplaar en ik keken elkaar minutenlang diep in de ogen aan alvorens ze het op een lopen zette. 
Gewoon langs het schelpenpaadje staat de gevlekte orchis. Juist het schelpenpaadje zorgt voor de juiste zuurgraad. Dit is de heideorchis, een ondersoort.
Boven de Benderse berg hoor en zie ik twee kraanvogels overvliegen. Ook dit jaar hebben ze hier gebroed met twee paar.
Even verderop zie ik klokjesgentianen staan. Let nu eens op het verschil met de eerdere foto. De witte stipjes maken het veschil. Het blijkt dat ze vol zitten met eitjes van de zeldzame gentiaanblauwtje.. 
Hierbij uitvergroot de eitjes. De larve  dat hier uit kruipt eet van het vruchtbeginsel en de eitjes blijven leeg achter. Het rupsje laat zich na tien dagen op de grond vallen en wacht tot een bossteekmier of moerassteekmier hem meeneemt naar hun nest. Daar overwinterd de rups terwijl hij wordt gevoed door de mieren. Omdat de rups dezelfde stof afscheid als mierenlarven heeft hij het goed voor elkaar. 
Niet veel later zie ik er 'een vliegen. Stomverbaasd zie ik dat ze wordt versiert door een mannetje en voor mijn ogen beginnen ze  te copuleren. Kan deze dag nog mooier? 
Ja, dat kan. Terwijl ik wat gras aan de kant schuif klimmen ze opeens op mijn hand en gaan daar vrolijk verder tot grote hilariteit van een andere vlinderliefhebber.  
Van ver af van een niet erg fotogenieke vogel. Toch is het leuk voor me om voor het eerst met zekerheid hier een raaf te zien.