Een verrassende struuntocht van Hoogeveen naar Stuifzand

Omdat de auto naar de garage moest heb ik vanochtend de eerste echte struuntocht gelopen van 2014 van Hoogeveen naar Stuifzand. Onder een bijna voorjaarsachtige temperatuur van negen graden Celsius was het heerlijk wandelen van langs integrerende plekken vol met verrassende observaties.

Als je op het station van Hoogeveen staat zie je aan de noordkant aan de andere kant van een brede sloot een verhoging begroeit met vooral eiken. Ik hoorde ooit dat dat daar een bunker zou liggen. Dat vroeg natuurlijk om nadere inspectie. 

Als ik naar boven klim zie ik tot mijn verrassing inderdaad iets van beton ingegraven in de heuvel. Het lijkt echter niet op een bunker maar meer op een fundering, maar waarvan? Naspeuren op internet blijkt het in eerste instantie afkomstig te zijn van luchtafweergeschut die de Duitsers in 1944 hebben geplaatst ter bescherming van spoor en station tegen aanvallen van geallieerde vliegtuigen. Maar klopt dat wel ? 

Op een topografische kaart uit 1940 staat namelijk precies op deze plek een symbool ingetekend van een molen. Verder speurend op internet  blijkt dat hier een zogenaamde windmotor van de staatsspoorwegen zou hebben gestaan. Omstreeks 1917 is deze geplaatst om water op te pompen voor een nabij gelegen waterreservoir. Dit water werd gebruikt om de stoomlocomotieven te voorzien van water. 


De eerste waarschuwingen voor mensen met pollenhooikoorts zijn een paar dagen geleden alweer uitgegeven en  inderdaad, de eerste wilgenkatjes komen reeds voorzichtig uit hun schulp gekropen.  

Als ik even later de oever van het Oude Diepje volg betreur ik de expansiedrift van de gemeente Hoogeveen die ooit een industriegebied heeft laten aanleggen precies in dit prachtige beekdal.  Hoogeveen stond aan het begin van de twintigste eeuw zelfs landelijk bekend de aanwezigheid van vele verschillende soorten orchideeën. De laatste jaren is dezelfde gemeente gelukkig druk bezig om weer opnieuw de juiste leefomstandigheden voor orchideeën te creëren. Hier niet ver vandaan zijn nu weer verschillende plekken waar je in mei-juni nog diverse soorten bloeiende orchideeën kunt vinden.  

Als ik onder het viaduct in de rondweg door ga en Hoogeveen achter mij laat zie ik een heel ander landschap. In de jaren 50 is het Oude Diepje drastisch gekanaliseerd maar op één plek is nog duidelijk een mooie meander in het landschap te herkennen. Het beekje kronkelt hier heel mooi om een hoger gelegen zandkop heen. Deze zandkoppen zijn tegenwoordig natuurlijke pareltjes in het landschap en vormen de schuilplaats van veel dieren.  

Nogmaals de meander. Duidelijk is de hogere ligging van het bosje te zien.

Op de kaart van 1900 is de meander reeds zichtbaar. Zie ook dat boven de u vorm (zwarte lijn boven de 21) een klein beekje uitkomt in de grotere beek.

Het weiland is als enige in deze omgeving bespaard gebleven van grootschalige ruilverkaveling. Het beekje is wel ooit gedempt maar is zowel op de grond zichtbaar door een met pitrus begroeide verlaging als ook met google maps nog steeds duidelijk te herkennen.



Langs de boomwallen en oude weggetjes ga ik verder.Hier liggen nog vele keien in de wallen en op één ervan zie ik een onderkaak van een haas liggen. Ernaast zie ik de schedel en nog wat botten liggen.

Onderkaak van een haas. Let op de duidelijk herkenbare snijtanden. Schedels van konijnen en hazen zijn bijna identiek. De haas is echter behoorlijk groter en ook de vindplaats zegt iets over de soort. 

Restanten van boomsingels zijn hier nog aanwezig.


Een slootje is geel uitgeslagen van de ijzeroxide en bovenop het water drijft een olieachtige iets. Dit is afkomstig van een bacteriële verbinding van het ijzer met het water.  Kwelwater welt uit de ondergrond op door de druk van het water uit lagere grondlagen en is van een hogere temperatuur waardoor ook in de winter dit soort slootjes bijna niet bevriest. De mineralen die zijn opgelost in dit grondwater slaan neer op de bodem en vormen op den duur de bekende oerbanken. Deze oergronden zijn in het begin van de vorige eeuw massaal gewonnen in het beekdal. Het ijzerhoudende 'steen' werd gebruikt voor het zuiveren van steenkoolgas in de alom aanwezig gasfabrieken.