Bandheidelibellen, sleedoornpage en kommavlinder in de paarse pracht bij het Junner koeland.

Het was al wat jaren geleden dat ik ooit, met een IVN excursie, in het Junner koeland was geweest. Toen lag de focus op de bijzondere planten die in de oude rivierarm groeien. Vandaag besloot ik om eens te kijken of ik er ook een bijzondere vlinder of libel kon waarnemen. Ook daar is dit waardevolle stukje natuur namelijk bekend om. Ondanks de regenachtige start van de dag lachte ook vandaag het geluk ons weer toe.

Een paar dagen later was ik er weer, het weer was stukken beter en ik heb deze keer heel veel kommavlinders en maar liefst 5 sleedoornpages gezien en prachtig kunnen fotograferen. Zie onderaan in deze blog.
 
'Wat komen jullie hier doen?' lijken de jonge hengsten te zeggen als ze zeer opdringerig onze kant opkomen. 
We zijn er nog geen tien minuten en ik zie de eerste bandheidelibellen al vliegen. Hier een nog jong mannetje. Ze worden naarmate ze ouder worden steeds roder. 
Hier een vrouwtje. Met de bloeiende struikheide op de achtergrond is het een genot om naar te kijken. 
De motregen is nog maar net verdwenen en de eerste blauwtjes beginnen al voorzichtig te vliegen. 
Hier een weinig voorkomende bruine vuurvlinder.. 
De regendruppels, gevangen in spinnenwebben, zijn ware kunststukjes. 
Er is in dit gebied een enorme diversiteit aan planten. Hier het grasklokje.
Zweefvlieg op blauwe knoop.
Ik zie een wat afwijkend vlindertje en jawel, daar zit de sleedoornpage. Een zeldzaam voorkomend vlindertje die afhankelijk is van sleedoorn omdat ze daar haar eitjes op afzet. 
We verlaten bos en heide en gaan over een houten brug het feitelijke Junner koeland in. Het is een weidegebied dat is omsloten door een oude meander van de Vecht en aan de ander kant door de gekanaliseerde Vecht. Door de kanalisatie konden de Junner boeren hier niet meer komen en is het nu al jaren een natuurgebied met, gelukkig, koeien.  


Een kudde paarden helpen de koeien een handje. 
Er groeien vele steenanjers die, toepasselijk, ook wel Vechtdalanjer wordt genoemd. 
Het loopt lastig in het weidegebied. De gele weidemier heeft hier heel veel aarde omhoog gewerkt. Bovenop de bulten, tot een doorsnede van wel een meter, groeien zeldzame kruiden zoals tijm en steenanjer. Er is veel onderzoek naar gedaan wat de effecten nu zijn van de mier op het landschap en de effecten van grazers op de diversiteit. Ik ontdekte een informatief filmpje hierover op http://vroegevogels.vara.nl/media/58822
Eindelijk komt de zon er door en er beginnen meer vlinders te vliegen. Ik zie een andere zeldzaamheid; de kommavlinder. Voor het eerst krijg ik hem redelijk goed op de foto. Jammer genoeg krijg ik maar één kans. Het is een druk vlindertje die snel weer de vleugels neemt. 
Jeneverbes in het zonnetje gezet. 
We nemen afscheid van het gebied met nogmaals de bandheidelibel waarvan ik er wel een stuk of tien heb gezien vandaag. Nu met zon is tie wat scherper. 
Als je de plekken weet zijn ze gemakkelijk te vinden vandaag. 
Een zeer gaaf exemplaar win het zonnetje gezet. 
Als ik hem, als experiment, met mijn lichaam in de schaduw zet, gaan zal snel de vleugels open. Yes, dit had ik nog nooit gezien.
Op de blauwe knoop hoef ik maar om me heen te kijken of ik zie kommavlinders smullen van het nectar.  
Opvallend is dat ik geen enkele ander dikkopje hier zie vliegen.
Ze zijn van heel dichtbij te benaderen. 
Zo mooi. 
Paringswiel van heidelibellen.
Of we het niet willen of niet; er komen al weer verschillende soorten paddenstoelen uit de grond zetten. Hier een boleet. Maar welke soort?