Kamsalamanders, boomkikkers en eikenpages


Zo eens in de paar maanden ga ik met Hero een dagje wat verder weg de natuur in. Deze keer stelde ik voor om maar eens weer naar het Fochteloërveen te gaan. Daar ergens woonde toch ook iemand te midden van honderden boomkikkers?
Hoewel we onverwachts langskwamen, onthaalde Jaap 'Boomkikker' ons hartelijk met heerljke chocoladetaart en daarna leidde hij ons trots een paar uur lang rond over zijn landgoed.
Ademloos genoot ik van de planten, dieren en vooral ook de bevlogenheid en verhalen van iemand die in staat is gebleken zijn eigen paradijsje te scheppen.
Struun maar eens mee.

We lopen nog geen tien meter, een stuk hout wordt opgetild en 5 kamsalamanders komen tevoorschijn. Een soort die op de meeste plekken in Nederland helaaas niet meer voorkomt.  

Van onderen heeft ieder exemplaar zijn eigen unieke stippencode. 

Wij zien ze eerst niet eens, maar dankzij wat aanwijzingen zien we op de bramen de eerste boomkikkertjes.
Hoe beter we kijken, hoe meer we ontdekken. De grote en diep uitgegraven vijver op het landgoed is de kraamkamer voor enkele honderden boomkikkers. Rondom de plas zien we tientallen piepkleine jonge exemplaren die nog maar net een paar weken geleden uit het water zijn gekropen.   

Tijdens het fotograferen had ik een lucky shot. Een cicade landde toevallig bovenop een kikkertje.

Ze zijn erg klein, amper één centimeter groot en klimmen met hun hechtschijven aan de tenen, schijnbaar zonder moeite bij de steel van een braam omhoog. Als de tenen worden neergezet komt er vocht vrij uit kleine kanaaltjes dat door de druk naar buiten wordt geperst en op die manier plakken de tenen aan de steel van de braam. (wikipedia) 
Een doorn als extra houvast is schijnbaar toch nog wel wat steviger. 

Een paar honderd meter verder, aan de rand van een weiland, zien we een paar volwassen exemplaren in de bramen 
Deze zijn zo'n 5 cm groot.. 

Ze variëren een beetje in kleur maar 1 ding hebben ze allemaal gemeen; het is heerlijk luieren in de zon.  

De randen van de graslanden zijn bijzonder kruidenrijk met allerlei soorten zoals hier wilde bertram. Het vliegt en gonst hier overal en ik kom ogen tekort.  

De distelvlinder is een grote vlinder die in het voorjaar, met zuidenwinden, helemaal uit Spanje of Afrika hierheen vliegen om te paren en eitjes te leggen. Nog een paar maanden en dan vliegen ze weer terug naar het warme zuiden. 

Een ander beauty is de gehakkelde aurelia. Duidelijk te herkennen aan hun sterk gekartelde vleugels.

Door landbouwers verguist, maar de distel  is een ontzettend belangrijke nectarleverancier. Tientallen landkaartjes zuigen gretig met hun tong, een zuigbuis, het zoete drankje naar binnen. 

Een grote keizerlibel zont in de zon. Zijn vleugels trillen het uit. Nog even en ze is voldoende opgewarmt om te gaan jagen. Ze kunnen grote prooien, zoals vlinders, makkelijk aan. 

Paarden en landgeiten zorgen voor de begrazing. We zien duidelijk het verschil.  In het, door de kieskeurige paarden begraasde gras, staan nog vele kruiden terwijl de geiten bijna alles wat ze voor de bek krijgen opeten en zodoende voor een  veel kaler weiland zorgen.   

Parende icarusblauwtjes laten zich ongegeneerd fotograferen. Het vrouwtjes zal nu spoedig haar eitjes afzetten op klaver.  

We zijn een paar uur later in het Fochteloërveen nog geen twintig meter onderweg, als Hero al de eerste van een stuk of zes eikenpages ontdekt. Het sporkehout bloeit en verleidt deze vlinders om uit de toppen van de eiken af te dalen.
Let ook eens op de gele roltong.  

Soms gaan heel even de vleugels open en gunnen ze me een blik op de bovenkant.  

Dit is de eerste keer dat ik ze zie, maar nu ik weet waar ik op moet letten zie ik een paar dagen later er weer een vliegen. 

Onder een steeds warmer wordende zon lopen we nog een paar uur door het veen, maar behalve deze rups van de nachtpauwoog en het allerlaaste veenhooibeestje, zien we duidelijk minder dan in juni 2014 toen ik deze blog maakte.