Wied weg op 't wad.

De noordkaap; waar het vaste land overgaat in zompige klei.
Deze plek is één van de rustigste plekken in Nederland, hier wordt de horizon enkel verstoord door een paar schepen, een eiland en heel soms een zeehond.
Deze rustgevende omgeving nodigt me, al meer dan dertig jaar lang, telkens weer uit, om hier de Groninger klei door mijn tenen te laten duwen.
Hierachter op het wad beleefde ik als puber één van mijn eerste natuurpareltjes, toen er een zeehond mij vanuit een geul me op 3 meter afstand recht in de ogen aankeek. Dat beeld vergeet ik nooit weer. Een zeehond was in die periode bijna een zeldzaamheid. Door pcb's in vis werden de meeste zeehonden ziek. Dode zeehonden moesten daarom als chemisch afval worden behandeld; zo erg was het.
Gelukkig zijn de tijden veranderd, er is nu een zeer gezonde populatie zeehonden. Over of het voor de zeehondenpolulatie slim is om zieke en zwakke zeehondjes op te knappen, is nog maar de vraag.
Maar goed, ik ga een ander modderspoor in. Deze blog gaat niet over zeehonden maar meer over landrotten die ter modder gaan

Deze keer was ik in het goede gezelschap van vrouw, kind en vader. De tachtig is tie inmiddels al gepasserd maar hij sopt nog net zo soepel door de modder als zijn kleindochter van negen jaar.



Oma  bleef  als toeschouwer achter op de dijk. 'Ma is geen zee-mens, ze lust niet eens mossels' ;-)
 Ze maakt net als haar zoon foto's van hetzelfde actiemoment.  


Als je de slikstrook eenmaal bent gepasseerd, kan je je vervolgens  helemaal uitleven op een gigantische zandbak. 

Er waren buien voorspeld en het was broeierig warm. Mijn blik wisselde dan ook continue van  het zand naar de wolken. 

De palen ten behoeve van landaanwinning staan er al langer dan ik leef en ik verbaas me erover dat ze, hoewel 24/7 geteisterd  door zee, weer en wind, er bijna allemaal nog staan. 

De palen zijn een perfecte hechtingsplaats voor schelpen en kokkels die op hun beurt de paal weer beschermen met een harde kalklaag.

De ontelbare hoopjes zand verraden dat hier, enkele tientallen centimeters onder  zand en klei, zich miljoenen zeepieren verschuilen.

De pieren  trekken talloze vogels zoals deze scholekster aan.


Zelf op de meest verlaten plekken op aarde kom je het tegen: rotzooi. Ik zie het maar als een kunstwerkje die aangeeft dat we teruggaan naar de kust. Dat geeft me een aardig beter gevoel. 

Wat was het weer heerlijk! 

In de verte trok bij Lauwersoog een eerste buitje langs.

Het levert mooie plaatjes op.

Terwijl ik knabbel op het hier groeiende zeekraal, schieten ook dichterbij, boven de Eems, opeens bloemkolen de lucht in. 

Deze bui groeit uit tot een echte joekel bui en is de eerste van een hele reeks. De gehele terugreis zien we ze steeds duidelijk boven de horizon uitsteken, zelfs op een afstand van meer dan honderd kilometer.  
Wat een knaap.