Strunen achter diek

Op de een na laatste dag van het jaar een lange struundag gedaan in het vertrouwde Grunninger land. De dag begon onverwacht helder met zelfs rijp op het gras. Een prachtige ochtend stond ons te wachten. Het doel was de punt van Reide in het uiterste noordoosten van Nederland.  

Vlak voor we de polder in rijden ligt de kerk van Woldendorp.

In de Beebaartpolder zagen vele soorten watervogels maar de brandgans was met honderden exemplaren het meest aanwezig.  

De punt van Reide is een schiereiland waar land en zee elkaar ontmoeten.  Hier woonden tot het begin van de zestiende eeuw nog mensen op de wierden aan het einde van het schiereiland. Ooit was het een onderdeel van het Reiderland. Een veenlandschap dat door verschilende stormen is overstroomd en uiteindelijk  bijna geheel is verdwenen. Er liggen hier op de bodem van de Dollard dan ook nog vele resten van de verdwenen dorpjes. Toen was de Dollard nog veel groter dan tegenwoordig. Veel polders en slaapdijken in deze omgeving laten zien dat de mens hier al vele eeuwen in gevecht is met de zee.     


Duitsland ligt hier dichtbij.

Rijsdammen zorgden vroeger voor aanslibbing en uiteindelijk vorming van de kwelders.

Eenden en bergeenden foerageren in de geul dit loopt vanaf het gemaal. 

Geschutssokkel uit de  tweede wereldoorlog. Dit stukje land was hierdoor zeer goed verdedigbaar en behoorde tot het laatste deel van Nederland wat werd bevrijd. 

Eind december, de winter moet nog beginnen maar de madeliefjes bloeien naast de dijk alsof het voorjaar al is begonnen. 

Als we nabij de vispassage zijn, zien we, als we onze hoofden boven de dijk uitsteken, een blauwe kiekendief wegvliegen. Thuisgekomen zie ik pas, dat er ook een blauwe reiger wegvloog. 

De vispassage in de Breebartpolder is een bijzonder geval. Hier worden vissen die zowel zout als zoetwater nodig hebben over de dijk heen geschept. Hierboven op de foto zie je de waterafvoer naar zee. De polder heeft een open verbinding met zee en was daarmee het eerste binnendijkse brakwatergebied. 

Op de dijk vond ik de restanten van een grote krab. Het blijkt de Chinese wolhandkrab te zijn die waarschijnlijk door een meeuw op de dijk is opgepeuzeld. De haren op de scharen zijn duidelijk te herkennen en kenmerkend voor de soort die in Chinese restaurants gewoon wordt verkocht. Het is een exoot die door ballastwater in tanks van schepen meeverhuisd is naar Nederland. Hij verdringt hier steeds meer de inheemse soorten en vormt doordat hij holen in oevers en dijken maakt ook nog eens niet populair bij de waterschappen.   

Er  kwamen wolken binnendrijven wat zorgde voor een leuk optisch verschijnsel; een Halo in een grote boog om de zon. Een Halo is meestal het signaal dat er een warmtefront aankomt. 

We gaan nog een eindje rijden door het Grunninger landschap en zien het kerkje van Termunten mooi aftekenen tegen de laaggelegen doorsnijding van een maar. 

De industrie van Delfzijl was in de vorige eeuw een ware dorpenverslinderaar. In de jaren zeventig werd de zeedijk opgehoogd en werd het kerkhof van het inmiddels verdwenen dorpje Oterdum boven op de dijk herplaatst. 

Het kerkje van Heveskes heeft moedig stand gehouden en staat in schril contrast met de industrie op de achtergrond. Hier vlakbij is het meest noordelijk gelegen hunebed van Nederland gevonden. 

Het kerkje van Jukwerd is voor een symbolisch bedrag verkocht aan een kunstenaar. Een prachtige werkplek lijkt me. 

Krewerd heeft ook een prachtige kerk met daarin in orgel uit 1511 is de één na oudste nog bespeelbare kerkorgel van Nederland.  

In 't Zandt staat het naast de kerk gelegen café op instorten. De vele aardbevingen schijnen hier debet aan te zijn.  

De toren, ±  800 jaar oud, staat los van de kerk en zal wellicht nog vele aardbevingen en huizen overleven.