Een goede vrijdag bij de Makkumerplas.

Na een paar dagen onvervalst herfstweer, met maartse buien in april, deed het weer vandaag weer haar best om een beetje in het gareel te komen. De twintigers, die we vorig jaar rond deze datum hadden, zaten er nog niet in, maar met een graad of tien en eindelijk verlost van die harde wind en hagelbuien, deed het toch een beetje voorjaarsachtig aan. Ideale omstandigheden om nog even na het werken, over het idyllische Terhorsterzand te struinen.
De Makkumerplas is een plaatje. Typisch Drents met een ven met op de achtergrond jeneverbesstruwelen met daarboven onvervalste Nederlandse wolkenformaties. 

Spiegelglad was het water vandaag.
Op de plas dobberen twee stelletjes kuifeenden. Kuifeenden houden van diepe vennen met helder water. Het zijn echte duikers die zowel waterplanten als waterdieren die tussen de planten eten. Zullen dit nog overwinteraars zijn die straks terug gaan naar het noorden of zullen dit al de eerste broedvogels die overwinterd hebben in het zuiden? Rare jongens die kuifeenden Deze laat niet eens zijn karakteristieke kuifje aan mij zien. Wel houd zijn gele oog een oogje in het zeil.   
Op de andere oever zie ik, in mijn fantasie ,een koeienkop met een stronk in zijn bek.

De vennen die vroeger niet zijn uitgeveend zijn meest interessant, Hier groeit nog veel veenmos en voelt de heikikker zich thuis. Hier een grote homp kikkerdril die in te ondiep water is afgezet. Doordat de eitjes, als ze in aanraking komen met water uitzetten, is de kikkerdril als een berg in het water komen te liggen.  
Bij het water zit veel leven en dat weet ook de adder maar al te goed. Om zoveel mogelijk zonnestralen op te vangen drukt hij zijn ronde lichaam plat tegen de grond. waardoor hij er wel erg dik uit ziet.   
Het lijkt wel of hij staar op zijn oog heeft; dit is de eerste teken dat zijn huid los laat. Bij slangen groeit d huid over het oog. Vlak voor de vervelling komt er een olieachtige substantie tussen de huidlagen wat een vertroebelde og laat zien.
.Nog een paar dagen en hij laat zijn hemd achter in de heide.  
Hoewel het nog niet warm is kan de temperatuur van de adder nu al gemakkelijk oplopen. Dit kan omdat hij precies weet waar de warme plekjes zijn. Ze liggen meestal op een hellend vlak of goed verscholen te zonnebaden tussen de hoge planten, lekker uit de wind. Dit scheelt een heel eind. De romantische eilandbezoeker die samen met zijn of haar geliefde ooit in het voorjaar, onder een stralend zonnetje, een duin pannetje opzocht kan dit zeker beamen.


Deze adder was tussen het zonnebaden door, ook nog even in beweging Een filmpje laat mooi zien hoe ze ieder keer met haar tong ruikt. 
Op de wat drogere delen kan je vele soorten korstmossen vinden. Waarschijnlijk de kronkel heidestaartje.   
Rood bekermos met zijn rode apotheciën 
Zandhaarmos. 
Ik maak tientallen landschapsfoto's vandaag. 

Onderkaak en poepjes van broer konijn. 
Even een grapje tussendoor. Wat zie je nu eigenlijk ? 
Het heet hier Makkumer plas maar in feite zijn het meerdere plassen. 
Op de terugweg zat bij de Boerenveense plassen een aalscholver mooi te zijn.  
Toch knap dat ze met die zwempoten toch ook zo goed in een boom kunnen zitten. 
Ik zie dat er ook al een schaap is geboren. 

In de zomer is dit gebied een waar vlinderparadijsje. Zie mijn blog van vorig jaar op:

 http://bartjestruun.blogspot.nl/2014/07/vlinderen-nabij-de-makkumerplas.html