Vennentocht in het Dwingelderveld

Het noordelijk gedeelte van het Dwingelderveld bestaat voor een groot gedeelte uit bos. Ook zijn er vele vennen te vinden. De laatste jaren is Staatsbosbeheer hier actief bezig om het bos tussen de vennen te kappen. Ook is de waterstand flink verhoogt en worden vele bomen 'verdronken'. Het doel van al dat kappen is vooral bedoelt voor de veenbesblauwtje. Een vlinder die net zo zeldzaam is als tie groot is. Hij komt alleen nog maar hier voor en in de buurt van Sellingen en vandaag leek me een mooie dag om hem eens te zien vliegen. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg en helaas niet gevonden. In juli nog maar eens proberen. Wel veel andere mooie dingen gezien natuurlijk.  
Na het kappen krijgt de vingerhoedskruid alle ruimte. 

Het hooibeestje voelt zich prima thuis in dit soort biotopen 

De watersnuffel komt massaal voor op de zure hoogveenvennen. Hier het mannetje.

Een ven is helemaal dichtgegroeid met veenmos en daarbovenop vele typische levende hoogveenplanten zoals de veenbes. Dit zijn de vennen waar ik dan ook de veenbesblauwtje moet zoeken. Ik ga echter niet er dwars doorheen en langs de oever zijn de kleine blauwtjes slecht te zien.  



Mannetje van de venwitsnuitlibel
Het vrouwtje van de gewone oeverlibel gaat mooi poseren. 

Het mannetje van de gewone oeverlibel laat zich wat lastiger vastleggen. 


Een van de mooiste paden van het Dwingelderveld is dit vlonderpad. Hier is duidelijk te zien dat veel bomen de hoge waterstand niet goed verdragen en sterven.    

De reusachtige hoornaar komt aanvliegen en schraapt de bast van een boom. Hij vermengt het met spuug en gebruikt dit, net als de wesp, om zijn papierachtige nest te maken.  

Heide, vennen en jeneverbesstruwelen en adders. Terwijl ik hier een grote keizerlibel op de foto probeer te zetten schiet er een kleine adder vlak voor mijn voeten weg onder het struikheide.  

Een hommel die met zijn korte tong niet bij het nectar kan komen, hij lost dit op door onderin de bloemkroon een gaatje te bijten waardoor hij alsnog het begeerde goedje met zijn tong kan verzamelen.   

Een roodbandbeer, een overdag vliegende nachtvlinder. 

Op 26 juni heb ik 's avonds nog een par uur tijd om hier nogmaals heen te gaan. Deze keer een paar andere vennen bezocht.

De heidelibellen vliegen weer massaal. Ze zijn lastig te herkennen, volgens mij is dit het vrouwtje van de bloedrode heidelibel. Te herkennen aan hun zwarte poten. 

Een pantserjuffer. Deze soort spreid in rust zijn vleugels half open.  Als iemand de soort herkend dan lees ik dat graag. 
Levend hoogveen met het gele beenbreek op de voorgrond. 

Beenbreek. Een zeldzaam plantje dat vooral voorkomt op zure gronden die vaak moerassig zijn.

De reebok komt ook maar langzaam vooruit in het levend hoogveen waar hij met zijn kleine hoeven diep in wegzakt.  
Ronde zonnedauw. De bloeistengel is nog opgekruld.
De mannetje van de  roodbandbeer is een prachtige overdag vliegende nachtvlinder. 
Gewone oeverlibel

Het zandveen. 

Nieuwe natuur met een nieuw aangelegd familie wandelpad  -met loopbrug- op de achtergrond.  Zo'n 4 jaar geleden was dit hele stuk nog weiland.  

De jongen van de grote Canadese gans groeien al hard.