Rondom Anholt en Kraloo.

Anholt en Kraloo zijn buurtschappen die in het zuidoosten de toegangspoort vormen naar het Dwingelderveld. Een rustige omgeving waarin de tijd lijkt stil te staan.

Door dit gebied loopt traag stromend de Ruiner Aa
. De gele trilzwam is het hele jaar door wel te zien op dode takken van vooral de eik. Door harde wind van deze week, kan je ze nu ook vinden op de dode takken die naar beneden zijn gevallen. 
Op de hoek van het Kloosterveen zie ik een sterrenschot liggen bovenop een brede afrastering hoekpaal. Het zwarte zijn de  eitjes en de witte substantie ie niet een witte trilzwam maat zijn de opgezette eileiders van een kikker of pad. Omdat het bovenop ene paal ligt is dit waarschijnlijk van een buizerd, kraai of andere vogel die de opgezette eileiders niet verteerde en heeft uitgespuugd.
Tot mijn grote verbazing wordt de rust verstoord door een vader en zoon die zich heerlijk uitleven op een zandpad langs de rand ven het heide.
Direct naast de Ruiner Aa ligt de galgenheuvel. Een berg in Drenthe is vaak niet meer dan een paar meter hoog. In de tijd dat Drenthe bijna alleen nog maar bestond uit heidevelden die werden doorsneden door smalle beekjes, waren dit echter markante verhogingen. Als er ook nog eens een weg langs liep dan vormde het een mooie plek om misdadigers op te hangen. Op kilometers afstand was zichtbaar dat je maar beter eerlijk door het leven kon gaan.
Een kaart uit 1900 toont in het midden-boven de galgenheuvel. Let ook eens op de vierkante structuur van het gehucht Anholt dat in de late middeleeuwen, midden in het woeste land werd ontgonnen..  
Precies is het midden van het gehucht doet nog altijd 'het Olde Posthuus' dienst als horecagelegenheid. Vroeger was dit een bekende pleisterplek langs de route Groningen, Vries,  Beilen, Ruinen, Meppel naar Zwolle.  Anholt schijnt letterlijk stopplaats te betekenen.
De vele karren en koetsen die hier langs gingen, maakten de heide kapot. Het zand eronder ging stuiven en om dit stuiven tegen te gaan werden er grove dennen gepland. In het bosje naast het restaurant heeft de zuidwestenwind flink huisgehouden en lijken de dennen netjes de richting aan te geven waar de postkoetsen van weleer ook heengingen, naar het noordoosten, richting Beilen.  
Een paar kilometer verderop ligt Kraloo. Er staan niet meer dan drie boerderijen en in de weilanden staan een paar dode eiken. Op het moment dat ik er ben breekt eindelijk de zon even door en vormt het een mooi plaatje. 
Ingezoomt zie ik dat de koeien achter elkaar aan lopen richting de boerderij. Ze worden, net als ik, in de gaten gehouden door een boerderijkat.  
Op de heide aangekomen is er nog maar één gat aanwezig in de bewolking. De zon schijnt er nog even prachtig geel doorheen.